Waarom ik twee werelden bouw

Fysieke infrastructuur en digitale producten lijken werelden apart. Dat zijn ze niet.

Er is een moment waarop je beseft dat alles wat je doet eigenlijk hetzelfde is.

Voor mij was dat ergens op een luchthaven — ik weet niet meer welke, na genoeg reizen beginnen ze op elkaar te lijken — toen ik tegelijk zat te werken aan een aanbestedingsdocument voor een waterinfrastructuurproject in Zuidoost-Azië en aan de code voor een van mijn digitale projecten.

Twee laptopvensters. Twee werelden, dacht ik altijd.

Maar op dat moment zag ik het: ik deed precies hetzelfde.


Infrastructuur is infrastructuur

Een PPP-project — een publiek-private samenwerking voor een brug, een waterzuiveringsinstallatie, een haven — werkt als volgt: je brengt een publieke behoefte en privaat kapitaal bij elkaar, structureert de risico’s, en bouwt iets wat tientallen jaren meegaat zonder dat je er elke dag bij hoeft te zijn.

Dat is ook wat een goed digitaal product doet.

Je bouwt een systeem. Je structureert de logica. En als het goed is, werkt het terwijl jij slaapt.

De materialen zijn anders — beton of asfalt versus code, aanbestedingsprocedures versus productontwerp — maar de onderliggende logica is identiek: systemen bouwen die zichzelf dragen.


Wat de meeste mensen missen

Mensen die in de publieke infrastructuur werken, zien digitale producten vaak als iets ongrijpbaars. Te snel, te vluchtig, geen fysieke tastbaarheid.

Mensen in de techwereld kijken naar publieke aanbesteding en zien bureaucratie. Te traag, te veel lagen, te weinig innovatie.

Beide groepen hebben ongelijk.

Wat ze missen: de principes zijn universeel. Governance, risicoverdeling, waardecreatie op lange termijn — dat zijn geen begrippen die horen bij beton of bij software. Ze horen bij het bouwen van iets wat langer meegaat dan de mensen die het bedachten.


Waarom ik beide doe

Niet omdat ik twee carrières wil. Maar omdat de combinatie mij iets geeft wat de meeste mensen in beide vakgebieden missen: afstand en perspectief.

Wanneer ik vastzit in de complexiteit van een aanbestedingstraject, denkt het deel van mijn hoofd dat aan digitale producten werkt in systemen, in schaalbaarheid, in gebruikerservaring. Dat helpt.

Wanneer een digitaal project te abstract dreigt te worden, herinnert mijn achtergrond in fysieke infrastructuur mij eraan dat uiteindelijk iets moet werken voor echte mensen, in de echte wereld, op lange termijn.

Die wisselwerking is geen toeval. Ik cultiveer hem actief.


Dit is geen identiteitscrisis

Mensen vragen me soms: “Maar wat ben je nou eigenlijk?”

Adviseur. Oprichter. Bouwer. Dat soort antwoorden.

Het echte antwoord is simpeler: ik bouw infrastructuur. De aard van het materiaal is bijzaak.

Fysiek of digitaal — het gaat altijd om hetzelfde: iets neerzetten wat waarde levert zonder constante aandacht. Iets wat schaalbaar is. Iets wat anderen kunnen gebruiken, lange tijd nadat jij weer aan iets anders bent begonnen.

Dat is wat mij drijft. Aan beide kanten van het scherm.